Voortijdige schoolverlaters
Elk jaar verlaten veel scholieren zonder startkwalificatie het onderwijs. De omvang van deze groep zogenaamde voortijdig schoolverlaters (VSV) is moeilijk exact aan te geven doordat niet alle VSV-ers geregistreerd worden. Te denken valt aan jongeren die via uitzendbureaus werkzaam zijn of thuis zitten. In de gemeente is daarom onderzoek gedaan naar de voortijdig schoolverlaters. Jongeren zonder startkwalificatie kunnen op dit moment wellicht werk vinden, maar op termijn lopen zij een grote kans op langdurige werkloosheid. Zonder startkwalificatie hebben zij weinig ontwikkelingsmogelijkheden en lopen ze zelfs het gevaar af te glijden naar de zelfkant van de samenleving. Met 'startkwalificatie' wordt het niveau aangeduid dat minimaal nodig is om blijvend op de arbeidsmarkt te kunnen deelnemen.
Een startkwalificatie houdt in:
- Tenminste het niveau 2 in het beroepsonderwijs (assistentenopleiding) MBO-diploma
- HAVO/VWO diploma
Jongeren zonder startkwalificatie worden door scholen en het CWI aangemeld bij het Regionaal Meldings- en Coördinatiepunt (RMC). Sinds kort is deze melding wettelijk verplicht. De verwachting is dan ook dat het aantal meldingen van VSV-ers zal toenemen.
Waarom gestopt met school?
De redenen waarom jongeren stoppen met school zijn verschillend. Het kan te maken hebben met een verkeerde keus van de beroepsopleiding, maar ook stoppen jongeren met een VBO-diploma die van school hebben gehoord dat zij niet meer leerplichtig zijn.
Keuzeproblemen
Jongeren hebben vaak moeite met het kiezen van de juiste vervolgopleiding. Uit onderzoek bleek bijvoorbeeld dat sommige jongeren in december/januari ontdekken dat zij een verkeerde keus hebben gemaakt. Zij kunnen dan niet tussentijds instromen bij de volgende opleiding, maar moeten wachten tot het volgend schooljaar. Sommigen hangen thuis rond, anderen gaan aan het werk met het risico dat het geld verdienen hun prima bevalt en de opleiding niet gestart wordt.
Werken
De meeste jongeren zijn gestopt met school omdat zij de voorkeur geven aan werken. Zij hebben een hekel aan school. Een jongere zei bijvoorbeeld vol vuur: ”Ik haat school!” Toch ervaren deze jongeren aandacht van de gemeente als positief. Jongeren met een vast contract die kunnen leren binnen het bedrijf hebben een goed arbeidsmarktperspectief. Jongeren met een tijdelijk dienstverband hebben de aandacht van de gemeente nodig. Een groot deel vindt het belangrijk om een diploma te halen maar kiest er toch voor om aan het werk te gaan.
Psychisch-sociale problemen
Jongeren stoppen met school en gaan aan het werk omdat zij problemen in de thuissituatie ervaren. Anderen worden door de financiële omstandigheden van de ouder(s) min of meer gedwongen om aan het werk te gaan. Ouders hebben moeite met het betalen van de opleidingskosten. Een deel van dit probleem kan soms worden opgelost door verlening van financiële bijstand. Andere jongeren kunnen zich niet concentreren vanwege gezinsproblemen en kiezen ervoor om te werken. Weer anderen hebben last van depressiviteit. Wanneer ze zich weer in staat achten om iets te ondernemen kunnen zij contact opnemen met de gemeente. Dit betekent dat er een aanspreekpunt is om advies te krijgen over hun arbeidsmarktperspectief. Neem in zo'n situatie contact op met de leerplichtambtenaar mevrouw G. Koop, telefoonnummer 0511-426282.

